Vertrouwen, ds. Ko Sent

Vertrouwen

Het werk van een militair brengt hem en haar op plaatsen waar je normaal gesproken niet zo snel komt. Zo heb ik tijdens mijn laatste uitzending naar Irak, met een groep militairen een bezoek mogen brengen aan Lalish, een dorpje ten noorden van Mosul met een bijzondere betekenis. Lalish is de heilige plaats van de Jezidi’s, een bevolkingsgroep met een eigen godsdienst die veel te lijden heeft gehad onder het Kalifaat van IS. Denk aan het Sinjar-gebergte, augustus 2014, toen grote groepen Jezidi’s moesten worden ontzet door Amerikaanse en Koerdische militairen. Dat was niet de eerste keer dat ze vanwege hun godsdienst werden bedreigd. Ze hebben een lange geschiedenis van vervolgd en onderdrukt worden; en Lalish is hun heilige plaats.

Zoals geldt voor veel heilige plaatsen, moet je ook bij Lalish je schoenen uitdoen voor je het mag betreden. We waren met een groep van 20 à 30 militairen. Maar één van hen weigerde zijn Meindl’s bij de rand van het dorp achter te laten. Hij mocht dus niet naar binnen, maar dat had hij er voor over, want je kon nooit weten wat er gebeurt en als er iets gebeurt, wilde hij niet gehinderd worden door het lopen op sokken. De rest van ons deed braaf zijn schoenen uit en legde ze in de kofferbak van een auto.

Nu ik aan dit voorval terugdenk, verbaas ik me erover dat niet meer militairen weigerden hun schoenen uit te trekken. Die ene had toch wel een goed argument. Of niet? Het was een militair argument. Als militair word je getraind alert te reageren zodra zich een bedreigende situatie voordoet. Iedere situatie – dus ook het bezoek aan een dorpje – zal door een militair als potentieel bedreigend worden bekeken; of om het anders te zeggen: met wantrouwen. In de laatste oorlogen, waar Nederlandse militairen bij betrokken zijn geweest, kon alles en iedereen zomaar veranderen in een dreiging. Wie niet nadrukkelijk je vriend is, wordt beschouwd als een vijand. Dit wantrouwen gaat soms door ook als de militair al weer lang en breed terug is in eigen land. Sommige veteranen voelen zich alleen maar veilig in de kring van hun toenmalige buddy’s. Ze zijn blijven wantrouwen. Ze hebben niet geleerd opnieuw te vertrouwen. Maar hoe doe je dat?

De Jezidi’s hebben alle reden om andere groepen en andere godsdiensten te wantrouwen. Toch werden we met open armen ontvangen, zijn we wel vier keer uitgenodigd bij iemand te komen eten, mochten we al hun heiligdommen bekijken, meedoen met rituelen. Het dorp maakte zo’n ontspannen indruk; het enige dat aan hun recente malaise herinnerde waren de lichtblauwe tentdoeken met de letters UNHCR en de hartverscheurende verhalen die sommige inwoners met ons deelden. Verder was het een en al lichtheid en speelsheid wat we ontmoetten.

Misschien komt het door hun godsdienst. Ze geloven dat het belangrijkste principe van hun religie ook voorkomt in de andere godsdiensten. Eigenlijk geloven we allemaal hetzelfde en hoeven we elkaar niet te vrezen, maar moeten we elkaar helpen en liefhebben, tolerant zijn en veelkleurigheid bevorderen. Dit is wel een wat simplistische voorstelling van hun religie, maar dit staat mij bij: iedere andere is niet een potentiële vijand, maar een potentiële vriend, met wie je iets belangrijks deelt: je mens-zijn, je hoop en verwachtingen, het kleine geluk in de kring van je dierbaren, de behoefte aan liefde en de mogelijkheid tot liefhebben. Die ander, die vreemde, is iemand bij wie je thuis kunt komen en je schoenen kunt uittrekken.

More news