.

Bij tandartsen, dominees, muzikanten en bedrijfsmaatschappelijk werkers denk je misschien niet direct aan Defensie. Toch werken hier duizenden ‘specialisten’. Zij hebben hun opleiding en werkervaring opgedaan in de burgermaatschappij en zetten hun kennis nu in voor de krijgsmacht. 10 van hen vertellen trots over hun passie. In deze editie het verhaal van geestelijk verzorger majoor Marco Spies.
 

Luisterend oor
“Wat ik hier doe is militairen, het thuisfront, veteranen en burgermedewerkers tot steun zijn. Veel medewerkers maken indrukwekkende dingen mee. Ervaringen die zij niet altijd met iedereen kunnen delen. Geestelijk verzorgers (gv’ers) zijn dan een luisterend oor”, benadrukt Spies, die als aalmoezenier het katholieke geloof belijdt. 

Theologie en filosofie
Zijn vader was vlieger bij de luchtmacht en als kind wilde Spies niets liever dan dat. Maar kleurenblindheid verhinderde een carrière in de wolken. “Uiteindelijk ging ik theologie en filosofie studeren en werd op m’n 27e pastoraal werker. Toch bleef Defensie altijd kriebelen. Ik wist dat ze in het verleden aalmoezeniers zochten en trok de stoute schoenen aan.”

Hij zocht contact met de Dienst Rooms Katholieke Geestelijke Verzorging en mocht op gesprek. Na een half jaar waren de medische- en psychologische keuringen achter de rug, werd hij aangenomen en begon aan de verkorte officiersopleiding op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.

Officieel geen militairen
GV’ers volgen dan wel een verkorte militaire opleiding en gaan ook mee naar missiegebieden, maar officieel zijn het geen militairen. “We zitten een beetje tussen burgermedewerkers en militairen in. We dragen wel een uniform om zoveel mogelijk bij militairen aan te sluiten, maar we dragen geen wapen. We zitten niet in de hiërarchische lijn en hebben een ambtsgeheim.”

Operationele eenheid
Spies kan in principe binnen de gehele organisatie geplaatst worden. Zo was hij jarenlang actief bij verschillende operationele eenheden en vorig jaar zomer werd hij op de KMA geplaatst; daar waar hij zelf ook begon. “Het werk is verschillend. Met een operationele eenheid ga je mee op missie om militairen te ondersteunen en op het opleidingsinstituut ben je er vooral voor cadetten, de staf en instructeurs. Maar het doel is hetzelfde; je wilt er zijn, zodat mensen kunnen praten, raad vragen of stoom afblazen.”

Uiteenlopende gesprekken
De gesprekken die ‘de aal’ voert zijn zeer uiteenlopend. Het kunnen cadetten zijn die moeite hebben met hun opleiding of met relatieproblemen. Naast gesprekken verzorgt hij ook lessen en zogenoemde bezinningsdiensten tijdens bivakken.

Bekeren
Hoewel Spies een religieuze achtergrond heeft, benadrukt hij dat het tijdens zijn gesprekken niet altijd over het geloof gaat. “Sterker nog, heel vaak hebben we het er ook niet eens over. Ik ben er niet op uit om mensen te bekeren.”
 

Bron: de Defensiekrant

Wat wij nog meer doen

Zorg voor het thuisfront

Onbepaald
Achter alle militairen staan geliefden. Daar moet dus goed voor gezorgd worden. Doordat militairen vaak van huis zijn, kunnen relaties onder druk komen. Aalmoezeniers proberen de lijnen open te houden of gesprekspartner te zijn tijdens lange uitzendingen. Ze zijn ook vaak bij de feestelijke kant van de relatie. Ze voltrekken huwelijken en dopen kinderen.