Absence is the bridge between us, ds. Johan Trouwborst

Absence is the bridge between us

 

Verlies en depressie

Vorige week volgde ik een workshop.

Over depressiviteit ten gevolge van verlies.

De docent begint met Freud.

 

 

Wat Freud beweert

Sigismund Freud schrijft in 1915 een artikel over ‘verlieservaring’.

Wat gebeurt er met je als je een geliefde moet missen?

Als je iemand verliest aan het leven of aan de dood?

Dan lijd je een verlies. En verlies brengt smart.

Dat is de prijs die je voor de liefde betaalt.

 

En wat zegt Freud dan?

De liefde die je aan iemand hebt gegeven, moet je terughalen.

Alles wat je hebt geïnvesteerd in de ander weer terugbrengen bij jezelf.

Dat is moeilijk. Het vraagt tijd en kost energie.

Maar zegt hij: het stelt je wel in staat je liefde op enig moment

op iemand anders te kunnen richten.

Dan maakt de pijn plaats.

Zij staat op. Er ontstaat nieuwe ruimte.

Alsof je een bladzijde omslaat. Er begint een nieuw hoofdstuk.

 

 

Wat Freud later leert

Een paar jaar later lijdt Freud zelf een verlies.

Zijn dochter overlijdt ten gevolge van ziekte.

Nu blijkt de psychiater een vader die achterblijft.

Alsof hij aan flarden wordt gescheurd.

Hij denkt terug aan wat hij had beweerd, als psychiater

Over liefde die je terug moet halen naar jezelf.

Maar als vader merkt hij: dit klopt niet.

De liefde voor zijn dochter is uniek. Onvervangbaar.

Niet terug te halen. Ook niet op iemand anders te richten.

Eerder ontdekt hij dat zijn dochter zichzelf in hem heeft achtergelaten.

Ze zit onder zijn huid. In zijn vlees en bloed.

Ze reist met hem mee. Intiem is dat. Uiterst innig.

 

 

Kloof of brug?

Degene die ontvallen is, is definitief weg.

Er is een kloof tussen levenden en doden.

Maar kan de kloof ook een brug worden?

Freud merkt dat zijn dochter hem niet meer loslaat.

Zij is bepaald aanwezig. In leegte en gemis.

In liefdevolle herinnering. Ook in blijvend verdriet.

Want ons verdriet blijft trouw aan ons. Het is ons verdriet.

Zullen wij dan ook niet loyaal zijn aan onze geliefden die wij missen?

*

Van Freud naar onszelf

In de workshop gaat het eerst over Freud. Daarna over onszelf.

We worden uitgenodigd iemand in gedachten te nemen.

Iemand die we hebben verloren.

Aan hem of haar schrijven we een brief.

Om te vertellen hoe het met ons verder is gegaan na ons verlies.

En ook om te verwoorden hoe de ander in onszelf voortleeft.

 

Het wordt stil in de zaal. Want wie heeft er géén verlies geleden?

We voelen dat de dood bij het leven hoort.

Als we onze brieven geschreven hebben, gaan we uiteen in tweetallen.

We vertellen elkaar ons eigen verhaal. Om de beurt.

En dan gebeurt er iets. Er wordt iets aangeraakt.

Iets dat we bij ons dragen. Ons onbewust verdriet.

 

 

Wat is troostend?

We merken dat we iemand anders nodig hebben om bij ons verdriet te komen.

Iemand die naar ons wil luisteren. En erbij kan blijven.

Iemand die de pijn niet weg wil nemen. Maar er kan laten zijn.

Open om zich erdoor te laten raken. Troostend is dat ik er mag zijn in mijn verdriet.

 

Zou in de Bijbel daarom de Geest Trooster worden genoemd?

Die vrouwelijke kracht in God, om ons nabij te zijn?

In moederlijke draagkracht? In oermoederlijke ontferming?